• English

AI · Blogs · 2 oktober 2026 ·

AI-transparantieverplichting in de praktijk: zo maakt u AI-geletterdheid meetbaar

Artikel 50 van de AI-verordening geldt sinds 2 augustus 2026. Zo maakt u AI-geletterdheid per rol meetbaar, in vier stappen en met gedrag als maatstaf.

Lichte vergaderruimte met whiteboard vol beoordelingsschema's, een laptop en gekleurde notitiekaartjes op tafel in zonlicht

Sinds 2 augustus 2026 gelden de transparantieverplichtingen van artikel 50 van de AI-verordening voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van bepaalde AI-systemen, zo beschrijft de Europese Commissie. Wie zijn chatbot van een melding heeft voorzien, kan de neiging hebben het daarbij te laten. Dat is te vroeg gejuicht: de transparantieverplichting is een praktische toetssteen voor de vraag of de AI-geletterdheid die u sinds 2 februari 2025 op grond van artikel 4 moet bevorderen, in uw organisatie ook werkt.

Dit artikel legt uit wat beide verplichtingen in de praktijk vragen, waarom een afgevinkte e-learning geen bewijs is, en hoe u AI-geletterdheid wél meetbaar maakt. Met de transparantieverplichting als toetssteen, omdat die concreet en zichtbaar is. Het gaat om twee verschillende bepalingen van de verordening; daarover hieronder meer.

Twee verplichtingen die elkaar nodig hebben

De AI-verordening treedt stapsgewijs in werking, zo beschrijft Legalz. Sinds 2 februari 2025 geldt de plicht om AI-geletterdheid bij medewerkers te bevorderen, zo beschrijft Digitale Overheid. Sinds 2 augustus 2026 gelden de transparantieverplichtingen van artikel 50 voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van bepaalde AI-systemen, zo meldt de Europese Commissie.

Die twee hangen nauwer samen dan de datums suggereren. Wie niet weet waar in de organisatie AI met mensen communiceert of content genereert, kan er ook geen melding op zetten. Transparantie naar buiten begint bij overzicht van binnen.

Wel is het goed om het onderscheid scherp te houden. AI-geletterdheid is geregeld in artikel 4, transparantie in artikel 50, zo vat de AIGA Academy de tijdlijn samen. Het is verstandig ze ook als twee aparte opgaven te behandelen. Transparantie is in dit artikel een praktische toetssteen voor uw aanpak; of de melding er staat, zegt op zichzelf nog weinig over de vraag of u aan artikel 4 voldoet.

De Autoriteit Persoonsgegevens is daarbij duidelijk: welke maatregelen voor AI-geletterdheid precies vereist zijn, staat niet in de wet. De benodigde kennis hangt af van de context waarin een systeem wordt ingezet en van de risico’s. Dat is lastig voor wie een afvinklijst zoekt, maar het geeft ook ruimte om de aanpak op uw eigen situatie af te stemmen.

Wat de transparantieverplichting concreet vraagt

Op hoofdlijnen, zonder dat dit juridisch advies is; laat deze passages door uw jurist toetsen op uw situatie. Artikel 50 legt verplichtingen op aan aanbieders én gebruiksverantwoordelijken van bepaalde AI-systemen, en Ondernemersplein beschrijft die voor beide rollen apart. Wat u moet doen hangt dus af van uw rol en van het type systeem of content. Eén organisatie kan bovendien beide rollen tegelijk vervullen, zoals Winston Taylor toelicht.

Directe interactie. Bij chatbots en andere systemen die rechtstreeks met mensen communiceren, moet duidelijk zijn dat iemand met AI te maken heeft; zo vat SSL.com de kern van artikel 50 samen. Volgens de uitleg van DIP moet die melding uiterlijk bij de eerste interactie worden getoond en is zij niet nodig als het voor de gemiddelde gebruiker al direct duidelijk is. Welke rol de wet voor die melding aanwijst, staat in artikel 50 zelf; dat is een andere vraag dan wie de melding contractueel of operationeel in uw klantproces verzorgt. Laat uw jurist vaststellen welke rol u bij dat systeem vervult.

Markering van output. Aan de aanbiederskant gaat het om het markeren en detecteerbaar maken van door AI gegenereerde inhoud, zo omschrijft de Europese Commissie de reikwijdte van artikel 50. Volgens William Fry moet een generatief AI-systeem dat op een GPAI-model is gebouwd, zijn output markeren. Welke systemen in uw organisatie daar precies onder vallen, is een vraag voor uw jurist.

Deepfakes. Gebruiksverantwoordelijken van een systeem dat beeld, audio of video genereert of manipuleert die een deepfake vormt, moeten melden dat de content kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd, zo staat in artikel 50, lid 4. Die verplichting geldt niet wanneer het gebruik wettelijk is toegestaan om strafbare feiten op te sporen, te voorkomen, te onderzoeken of te vervolgen. Maakt de content deel uit van een duidelijk artistiek, creatief, satirisch, fictief of vergelijkbaar werk of programma, dan is de plicht beperkt tot een passende melding die de weergave of het genot van het werk niet belemmert.

Tekst over zaken van algemeen belang. Volgens de Europese Commissie moeten gebruiksverantwoordelijken door AI gegenereerde of gemanipuleerde tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang, duidelijk etiketteren. De uitzondering daarop kent twee voorwaarden die beide moeten gelden, zo citeert NORD Advocaten de wettekst: de content heeft een proces van menselijke toetsing of redactionele controle ondergaan, én een natuurlijke of rechtspersoon draagt redactionele verantwoordelijkheid voor de bekendmaking.

De Autoriteit Persoonsgegevens meldt dat de Europese Commissie op 10 juni een praktijkcode heeft gepubliceerd waarin een deel van deze verplichtingen verder is uitgewerkt, en adviseert organisaties zich daarin te verdiepen en onderdelen ervan te ondertekenen. Wat die praktijkcode in uw situatie betekent, en hoe u omgaat met content die vóór 2 augustus 2026 is gepubliceerd, is werk voor uw jurist. Wat u zelf kunt doen: zorgen dat de organisatie weet waar de verplichting speelt.

Waarom een voltooide e-learning geen bewijs is

Een voor de hand liggende aanpak: een e-learning over AI inkopen, uitrollen naar alle medewerkers en de voltooiingsgraad rapporteren aan de directie. Negentig procent heeft de module afgerond, dus de organisatie is AI-geletterd.

Of de medewerker bij de klantenservice daardoor weet dat het samenvattingstool dat hij gebruikt AI is, is met dat percentage niet aangetoond. Evenmin of de communicatieadviseur beseft dat de beeldbank sinds kort generatieve functies heeft. Of dat de inkoper bij een nieuwe SaaS-tool vraagt waar de AI zit en wie er verantwoordelijk is voor de melding.

Precies die vragen zijn sinds augustus 2026 geen theorie meer. Als een toezichthouder of een kritische burger vraagt waarom een AI-interactie niet als zodanig herkenbaar was, is “iedereen heeft de training gedaan” geen antwoord. Het antwoord moet zijn: wij wisten dat dit systeem er was, wij hebben bepaald wat ervoor nodig is, en dit is wie dat bewaakt.

AI-geletterdheid meetbaar maken in vier stappen

Een bruikbaar raamwerk komt van ICT-advocatenkantoor Legalz: identificeer de AI-systemen in de organisatie, bepaal per rol welk niveau van AI-geletterdheid gewenst is, onderneem actie en evalueer periodiek. Dat klinkt eenvoudig. Het werk zit in hoe u elke stap meetbaar maakt.

Eén kanttekening vooraf. Artikel 4 verplicht u niet om de AI-kennis van medewerkers te meten, zo licht de Europese Commissie toe. De indicatoren hieronder zijn interne stuurinformatie waarmee u grip houdt op uw aanpak; wettelijk bewijs van naleving zijn ze niet.

Stap 1: inventariseer, en meet de volledigheid

Begin met een lijst van alle AI-toepassingen die met mensen communiceren of content voor publicatie genereren. Dus ook de AI-functies die in bestaande software zijn verschenen zonder dat iemand ze heeft ingekocht.

Meetbaar maken: laat afdelingen onafhankelijk hun eigen lijst opstellen en vergelijk die met wat IT en inkoop kennen. Het verschil tussen die lijsten is uw eerste indicator. Een grote kloof is een signaal dat de organisatie haar AI-gebruik niet goed in beeld heeft, ongeacht hoeveel trainingen er zijn gevolgd; als wettelijke maatstaf geldt dat signaal niet, als interne stuurinformatie wel.

Stap 2: bepaal per rol wat “voldoende” is

Een bestuurder hoeft niet te weten hoe een taalmodel werkt. Hij moet wel weten welke beslissingen in zijn portefeuille door AI worden ondersteund en wat er misgaat als dat niet transparant is. Een medewerker klantcontact moet weten welke tools hij gebruikt en wat hij tegen een burger zegt die vraagt of hij met een mens praat.

Meetbaar maken: formuleer per rol drie tot vijf concrete vragen die iemand moet kunnen beantwoorden. Bijvoorbeeld “kan aanwijzen welke systemen in zijn proces AI gebruiken en waar de melding staat”. Dat is toetsbaar, in tegenstelling tot “begrijpt AI-risico’s”.

Stap 3: kies maatregelen die bij de rol passen

Trainingen zijn één instrument. Een AI-officer of coördinator aanstellen, werkinstructies opstellen en de inkoopprocedure aanpassen zijn er andere. De AP wijst op documenten als Aan de slag met AI-geletterdheid en Verder bouwen aan AI-geletterdheid met voorbeelden en tips.

Meetbaar maken: koppel elke maatregel aan één van de vragen uit stap 2. Een maatregel die geen vraag beantwoordt, is waarschijnlijk voor de vorm.

Stap 4: evalueer op gedrag in het werk

Jaarlijkse enquêtes, audits en periodieke rapportages zijn evaluatievormen die Legalz noemt. De valkuil is dat ze opnieuw deelname meten.

Meetbaar maken: toets of medewerkers de vragen uit stap 2 daadwerkelijk kunnen beantwoorden. Steekproefsgewijs, kort, zonder vooraankondiging. Controleer daarnaast of nieuwe AI-toepassingen die in het afgelopen jaar zijn verschenen ook in uw inventaris terecht zijn gekomen. Dat laatste is in onze ogen de meest eerlijke praktijkmaatstaf, al is het geen wettelijke definitie van AI-geletterdheid: een organisatie die haar AI-gebruik in beeld heeft, kan nieuwe toepassingen eerder opmerken.

Wat in de praktijk misgaat

Vier valkuilen waar u rekening mee kunt houden.

De inventaris is een momentopname. Na de nulmeting verschijnen er nieuwe tools, nieuwe functies in bestaande tools en nieuwe teams. Zonder structureel onderhoud raakt de lijst achterhaald.

Juridische zaken en de werkvloer praten langs elkaar heen. De jurist weet wat artikel 50 vraagt, maar niet welke systemen er draaien. De teamleider weet welke systemen er draaien, maar niet dat er een verplichting op rust. Beide denken dat de ander het regelt.

De leverancier zegt dat het geregeld is. Voor de technische markering van gegenereerde output kan dat kloppen. Welke verplichtingen daarnaast op u rusten, laat u uw jurist per systeem bepalen. Of de melding in úw klantproces op het juiste moment en in begrijpelijke taal verschijnt, is in elk geval een vraag die u zelf moet stellen.

Het blijft bij de chatbot. De publiekschatbot krijgt alle aandacht omdat die zichtbaar is. Gegenereerde brieven, samenvattingen en beeldmateriaal in de communicatieafdeling blijven buiten beeld.

Eigenaarschap en ritme

Dit werk vraagt om een eigenaar. Beleg de coördinatie bij één persoon of klein team met mandaat om vragen te stellen aan afdelingen die daar geen zin in hebben. Dat hoeft geen fulltime functie te zijn, maar het moet wel iemands expliciete taak zijn.

Leg een vast ritme vast: elk kwartaal de inventaris bijwerken, jaarlijks de rolgerichte toets afnemen en rapporteren aan de directie op de indicatoren uit de vier stappen. Reken erop dat de eerste ronde rommelig is en meer vragen dan antwoorden oplevert. Dat is normaal en nuttig; het is de nulmeting waar u later tegen afzet.

Eerste stap

Plan voor de komende twee weken één werksessie met een afvaardiging van klantcontact, communicatie, IT en juridische zaken. Eén vraag op tafel: welke AI-systemen in onze organisatie communiceren met mensen of maken content, en bij welke daarvan staat de melding er nu daadwerkelijk?

Het verschil tussen wat die vier groepen opschrijven, is uw eerste meetresultaat. Vanaf daar is AI-geletterdheid een concrete lijst met namen, systemen en openstaande acties.

Zo maken we dit. AI schrijft de eerste versie, een tweede AI controleert, en een mens van Twentynext leest en keurt elk artikel goed voordat het live gaat. We controleren feiten en bronnen zorgvuldig, maar kunnen juistheid en volledigheid niet garanderen. Zie onze disclaimer.

Voorbeeld van een scanresultaat: spinnenweb met vier dimensies

Waar staat uw organisatie?

Zestien vragen, zeven minuten, direct een spinnenweb met uw sterkste en zwakste dimensie. Geen e-mailadres nodig om het resultaat te zien.

Gerelateerde berichten

Samenwerken

Samen uw project realiseren?

De mensen die het bouwen, beheren het daarna. Sinds 2014 in Eindhoven.

Martijn van Grieken

Martijn van Grieken

Directeur Data & AI

Plan een kennismaking of stel eerst een vraag