• English

AI · Blogs · 16 oktober 2026 ·

AI-geletterdheid verplichting: wat artikel 4 sinds februari 2025 echt van jouw organisatie vraagt

Artikel 4 van de AI-verordening verplicht sinds februari 2025 tot AI-geletterdheid. Wie eronder valt, wat per rol passend is en hoe u het meetbaar maakt.

Vergadertafel met uitgeprinte checklist en een laptop met dashboard, in zonnig kantoor met glaswand

Sinds 2 februari 2025 is AI-geletterdheid een wettelijke verplichting uit de Europese AI-verordening. Een korte e-learning voor alle medewerkers is een begrijpelijke eerste reactie. Of dat volstaat, hangt af van wat de verplichting precies van uw organisatie vraagt.

De tekst van artikel 4 is kort, en sinds de wijziging in juli 2026 vraagt hij om maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen. Dat geeft ruimte, maar het betekent ook dat u zelf moet bepalen welke maatregelen passen bij uw mensen, uw systemen en uw context. Hieronder leest u wat er wel en niet staat, waar organisaties in onze ervaring vastlopen en hoe u een aanpak opzet die ook over twee jaar nog houdbaar is.

Wat artikel 4 wel en niet zegt

De kern is eenvoudig. In de oorspronkelijke tekst, die vanaf 2 februari 2025 gold, moesten organisaties die AI-systemen ontwikkelen of gebruiken zorgen dat hun werknemers AI-geletterd zijn, zo vat de Autoriteit Persoonsgegevens het samen. Het gaat om kennis, vaardigheden en begrip over de technische werking van AI-systemen én over de sociale, ethische en praktische kanten ervan.

Artikel 4 richt zich tot aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen. De tekst is in 2026 gewijzigd: volgens de vragen en antwoorden van de Europese Commissie is die wijziging via de Digital Omnibus (Verordening (EU) 2026/1744) in juli 2026 in werking getreden. De verplichting blijft bestaan, maar vraagt nu om maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen bij personeel en bij anderen die namens de organisatie AI-systemen gebruiken.

Een specifiek of “voldoende” niveau per persoon schrijft de gewijzigde tekst volgens dezelfde bron niet voor. Wel horen de maatregelen te passen bij de technische kennis, ervaring en opleiding van de betrokken mensen en bij de context waarin de systemen worden gebruikt, zoals Praxikon de gewijzigde tekst samenvat. Een standaardcursus of certificaat schrijft de wet volgens die samenvatting evenmin voor.

De toezicht- en handhavingsregels zijn volgens de Commissie van toepassing sinds augustus 2026.

Drie dingen vallen op. Het gaat om een verplichting tot maatregelen, waarbij u zelf bepaalt wat passend is. De kring is personeel en anderen die namens uw organisatie AI-systemen gebruiken; of inhuur daaronder valt, hangt ervan af of die mensen namens u met de systemen werken. En wat passend is, hangt af van rol en context.

Daarom is ons advies om verder te kijken dan één generieke training voor iedereen.

Wie valt eronder: ruimer dan het AI-team

De eerste misvatting die wij in gesprekken tegenkomen: “Wij ontwikkelen geen AI, dus dit raakt ons niet.” Artikel 4 richt zich volgens de Europese Commissie ook tot gebruiksverantwoordelijken. Een chatfunctie in de klantenservice, een voorspelmodel in de planning, een AI-assistent in de kantoorsoftware: bij elk van die systemen is de vraag of u die rol heeft. Dat hangt af van hoe u het systeem inzet en vraagt per systeem een beoordeling.

De tweede misvatting: “Dit gaat over onze data scientists.” De gewijzigde tekst spreekt over personeel en andere personen die namens de organisatie AI-systemen gebruiken, zoals Praxikon het weergeeft; die kring kan breder zijn dan het AI-team. Denk aan de medewerker die een door AI gegenereerd advies overneemt in een besluit, de manager die een AI-tool inkoopt, de jurist die een contract beoordeelt waarin AI-output een rol speelt, en de inhuurkracht die namens u met het systeem werkt.

Een praktische vuistregel voor de inventarisatie, los van de juridische afbakening: neem iedereen mee die AI-output ziet, beïnvloedt of inkoopt. Daarna bepaalt u per groep of zij onder artikel 4 vallen en wat zij moeten weten.

Wat passend is, verschilt per rol

Zoals Digitale Overheid het beschrijft, is AI-geletterdheid een verzamelnaam voor kennis en kunde: op basaal niveau weten hoe de technologie werkt, waar de kansen liggen en welke risico’s eraan kleven. Hoe diep dat gaat, hangt af van wat iemand met het systeem doet.

Wij hanteren zelf een indeling in vier niveaus. Die staat niet in de verordening; het is een hulpmiddel om het aanbod te differentiëren:

  • Basis: iedereen die in het werk met AI-systemen of hun output te maken krijgt. Dit niveau breed aanbieden is een praktische keuze; de wettelijke kring is beperkt tot personeel en anderen die namens u AI-systemen gebruiken. Wat is AI, wat kan het wel en niet, wanneer vertrouwt u er beter niet op, hoe gaat u om met gegevens die u invoert.
  • Gebruikers van specifieke systemen: hoe werkt dit systeem, wat zijn de bekende zwakke plekken, hoe herkent u een onbetrouwbare uitkomst, bij wie meldt u dat.
  • Beslissers en proceseigenaren: welke risicocategorie heeft dit systeem, welke verantwoordelijkheden brengt dat mee, hoe borgt u menselijk toezicht in het proces.
  • Bouwers en beheerders: technische kennis over modellen, data, monitoring en documentatie.

Het verschil tussen niveau één en twee verdient aandacht. Iemand die dagelijks een voorspelmodel gebruikt om wachtlijsten te prioriteren, heeft aan een algemene AI-introductie weinig. Die persoon moet weten op welke data dat ene model is getraind en bij welk soort gevallen het bekend slecht presteert.

Waar organisaties in de praktijk vastlopen

In gesprekken over dit onderwerp komen wij een aantal patronen tegen. Dit zijn onze eigen observaties, geen onderzoeksuitkomsten.

Het eerste patroon is de losstaande training. HR koopt een e-learning in, iedereen rondt hem af, en niemand koppelt de inhoud aan de systemen die daadwerkelijk in gebruik zijn. Het risico is dan dat de kennis los blijft staan van het dagelijkse gebruik.

Het tweede patroon is de onbekende inventaris. Het overzicht van de ICT-afdeling en het beeld van de afdelingen zelf lopen in onze ervaring nogal eens uiteen, en AI-functies in browsers en kantoorsoftware zijn daarbij gemakkelijk over het hoofd te zien. Ons advies is daarom om bij de afdelingen zelf te beginnen en het overzicht van ICT daarmee te vergelijken.

Het derde patroon is de eenmalige actie. AI-geletterdheid is afgehandeld in het voorjaar van 2025, maar sindsdien zijn er nieuwe tools in gebruik genomen, mensen van rol gewisseld en externen ingehuurd. De systemen en de mensen veranderen door; de aanpak was eenmalig.

Het vierde patroon is het ontbreken van een eigenaar. Compliance wijst naar HR, HR wijst naar ICT, ICT wijst naar de business. Dat hoeft geen fulltime functie te zijn, maar het moet wel iemands taak zijn.

Een aanpak die houdbaar blijft

Een werkbare opzet bestaat uit vier onderdelen die u in deze volgorde oppakt.

Inventariseer systemen en rollen

Breng in kaart welke AI-systemen in gebruik zijn, inclusief functies in standaardsoftware, en wie ermee werkt. Leg per systeem vast wat het doet, welke beslissingen het beïnvloedt en wie eigenaar is. Deze inventaris helpt u ook bij de vraag welke andere verplichtingen uit de AI-verordening per systeem kunnen gelden.

Differentieer het leeraanbod

Koppel de niveaus uit de vorige sectie aan de rollen uit de inventaris. Houd het basisniveau kort en voor iedereen gelijk. Maak de systeemspecifieke kennis juist concreet: welk model, welke data, welke bekende beperkingen, welke escalatieroute. Dat laatste is in veel gevallen lastig kant-en-klaar in te kopen; het vraagt input van de mensen die het systeem hebben gebouwd of beheren.

Veranker in bestaande processen

Neem AI-geletterdheid op in onboarding, in het inkoopproces voor nieuwe software en in de afspraken met inhuur en leveranciers. Wie een nieuw AI-systeem in gebruik neemt, regelt de kennis voor de gebruikers als onderdeel van de implementatie. Zo blijft de aanpak meebewegen met nieuwe systemen en nieuwe mensen.

Leg vast wat u hebt gedaan

De verordening vraagt om maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen, zo beschrijft de Europese Commissie het. Het ligt voor de hand dat u die kunt laten zien: welke maatregelen zijn genomen, voor welke groepen, gekoppeld aan welke systemen, en wanneer u dat herhaalt. Hoe een toezichthouder dit weegt, toetst u het best aan de actuele informatie van de Autoriteit Persoonsgegevens. Een eenvoudig register dat u bijhoudt, is een praktisch startpunt.

Wat u realistisch mag verwachten

Hoeveel tijd een eerste cyclus van inventariseren, niveaus bepalen en het basisaanbod uitrollen kost, hangt af van het aantal systemen en afdelingen. In onze ervaring vraagt de inventaris vaak het meeste tijd, al verschilt dat per organisatie. De systeemspecifieke lagen volgen daarna, per systeem, in het tempo waarin eigenaren beschikbaar zijn.

Verwacht geen moment waarop het klaar is. Verwacht wel dat het werk beter te verdelen is zodra de aanpak in onboarding en inkoop zit.

Een aanpak die aan de systemen is gekoppeld, kan bovendien meer opleveren dan compliance. Onze verwachting is dat medewerkers die weten waar een systeem zwak is, daar in hun werk alerter op zijn. Dat is ook een argument om de aanpak overeind te houden als de aandacht voor de verordening afneemt.

Begin met de inventaris, deze week nog

De meest zinvolle eerste actie is ook de minst spannende: vraag elke afdeling om binnen twee weken een lijst aan te leveren van alle AI-functionaliteit die zij gebruiken, inclusief functies in bestaande software en tools die mensen op eigen initiatief inzetten. Wijs één persoon aan die de lijsten samenvoegt en per systeem een eigenaar noteert.

Met die lijst in de hand kunt u per systeem beoordelen of artikel 4 van toepassing is, welk niveau per groep nodig lijkt en waar u als eerste aandacht aan besteedt. Alles wat daarna komt, van leeraanbod tot registratie, is pas te ontwerpen als dit overzicht er is. Wilt u sparren over hoe u die inventaris aanpakt of hoe u de niveaus voor uw organisatie bepaalt, dan denken wij bij Twentynext graag mee.

Zo maken we dit. AI schrijft de eerste versie, een tweede AI controleert, en een mens van Twentynext leest en keurt elk artikel goed voordat het live gaat. We controleren feiten en bronnen zorgvuldig, maar kunnen juistheid en volledigheid niet garanderen. Zie onze disclaimer.

Voorbeeld van een scanresultaat: spinnenweb met vier dimensies

Waar staat uw organisatie?

Zestien vragen, zeven minuten, direct een spinnenweb met uw sterkste en zwakste dimensie. Geen e-mailadres nodig om het resultaat te zien.

Gerelateerde berichten

Samenwerken

Samen uw project realiseren?

De mensen die het bouwen, beheren het daarna. Sinds 2014 in Eindhoven.

Martijn van Grieken

Martijn van Grieken

Directeur Data & AI

Plan een kennismaking of stel eerst een vraag